De strontrace 2022

De 49e Strontrace

Maandag 17 oktober, om 13.00 uur, werd het startsein gegeven voor de 49e Strontrace. Aan de start 4 schepen in de lichte klasse en 4- in de zware klasse. In de lichte klasse, waar de Nooit Volmaakt in vaart, was het duidelijk dat de strijd om de titel zou gaan tussen de Sterke Jerke uit Eernewoude en de Eenvoud uit Harlingen. De Jonge Durk en de Nooit Volmaakt zouden gaan varen om de plekken 3 en 4.
De Eenvoud mocht als eerste vertrekken en nam direct een flinke voorsprong. Bij tegenwind mag het publiek de schepen helpen om de schepen de haven uit te trekken. Het bijzondere hierbij was dat de jaagploegen van de Jonge Durk en de Nooit Volmaakt geholpen werden door de fans van de Sterke Jerke die – als winnaar van vorig jaar – als 4e startte. Schepen inhalen is heel lastig en door de tegenstanders te helpen kon de Sterke Jerke de achterstand op de Eenvoud enigszins beperkt houden. Toen er uiteindelijk gezeild kon worden, zette de Sterke Jerke de achtervolging in op de Eenvoud.

Dinsdag 18 oktober

Voordat de mist op dinsdagochtend kwam opzetten, waren ze al van het Markermeer af. Dat gold niet voor o.a. De Nooit Volmaakt. Bij de ingang van het IJ zat het potdicht. Het was inmiddels 7 uur en vrachtschepen begonnen hun werkdag. Schepen wel horen maar niet zien geeft geen fijn gevoel. Uiteindelijk lukte het de bemanning om buiten de vaargeul te gaan varen en veilig het Buiten IJ op te zeilen. Om 07.03 uur kon de stopwatch ingedrukt worden en werd de motor gestart. We hadden volgens het reglement exact 5 uur om óf bij de Nieuwe Meersluis (route Amsterdam) óf bij Brug Buitenhuizen (route Haarlem) weer weg te mogen varen.

Haarlem of Amsterdam?

Op het IJ aangekomen moest er een keuze gemaakt worden: gaat de heenreis over Haarlem of over Amsterdam. En ja, dat was een lastige. De verwachte windrichting was west / noordwest. Later draaiend naar oostelijke richtingen. Na lang wikken en wegen viel de keuze op Haarlem. Waarom? De ervaring heeft geleerd dat het Zuiderbuiten Spaarne zeilend afgelegd moet kunnen worden. Met West tot Noordwestenwind is dat het geval.

Varend op de motor naar Buitenhuizen leek er geen vuiltje aan de lucht. De wind was west-noordwest waardoor onze keuze de juiste leek te zijn. Totdat, vlak voor brug Buitenhuizen de wind ineens 90 graden draaide naar het zuidwesten. Oeps. Niet veel later zakte de wind helemaal weg. Zelfs de draadjes van de spinnenwebben op de steiger bij Buitenhuizen bewogen niet.

Uiteindelijk kwam de wind terug, maar echt zeilen zat er vooralsnog niet in. Roeiend, bomend en zeilend kwamen we aan bij de prachtig gerenoveerde sluiskolk in Spaarndam, waar we een heerlijk kopje soep kregen. Helaas moesten we even wachten op de Spes, die met dezelfde schutting mee ging.

Gelukkig was het inmiddels wat harder gaan waaien, waardoor we tot ver in de Haarlemse binnenstad konden zeilen. Achteraf gezien was dat niet de snelste manier van voortbewegen; bomen en jagen met de mast plat gaat toch wel sneller. Maar zeilend door Haarlem levert wel hele mooie plaatjes op.

Ondertussen zat onze concurrent de Jonge Durk niet stil. Zoals verwacht liepen zij snel op ons in, mede doordat het verschil in gewicht aanzienlijk is en het bomen en jagen daardoor een stuk lichter gaat. Toen wij bij het Zuider Buiten Spaarne waren, zagen we hen al aankomen. Zeilend konden wij door de Cruquiusbrug en op de Ringvaart van de Haarlemmermeer begonnen we direct met jagen. Bij Bennebroek zagen we de Willem Jacob, die op dat moment eerste lag in de zware klasse. Niet veel later haalden we hen voor de eerste keer in.

De Jonge Durk kwam snel naderbij. Bij een ondergaande zon, 3 historische zeilende vrachtschepen op een rij, elk met een zwoegende jaagploeg ervoor leverde dat fantastische beelden op, waar elke fotograaf van zou smullen. Lang verhaal kort: het obstakel Lisserbrug hadden we gehaald, de Willem Jacob zat weer voor ons, de Jonge Durk was niet meer bij te houden.

Bij ons begon de vermoeidheid inmiddels toe te slaan. En omdat er geen wind meer was besloten we om even rust te nemen, droge kleren aan te trekken en te gaan eten. Onze kok Myjong schotelde ons een heerlijke maaltijd voor. Gelukkig kwam er op dat moment een heel klein briesje de goede kant op. We trokken de zeilen omhoog en dobberden naar Warmond. Daar lagen een aantal schepen, waaronder de Willem Jacob en de klipper Nicolaas Mulerius. Deze deelnemer aan de Beurtveer (de wedstrijd die tegelijk met de Strontrace plaatsvindt op het IJsselmeer en Markermeer) had een uitstapje gemaakt naar Warmond. De Jonge Durk was op dat moment al vertrokken en leek voor ons niet meer in te halen.

Woensdag 19 oktober

Na een korte stop van een uur in Warmond vertrokken we weer. Wind was er nog steeds niet, dus besloten we om niet te gaan zeilen, maar te gaan jagen op het eiland tegenover het park Groot Leerust, de plek waar we onze vracht gelost hadden. Op zich was dit een prima idee, ware het niet dat we muurvast kwamen te zitten.

Na ongeveer een kwartiertje verlies kwamen we los en lukte het ons om de achterstand op de Willem Jacob te verkleinen. Zeilend konden we de Boerenbuurt bereiken, waar co-schipper John Cornelisse op een lijntje ging staan, uitgleed en ging zwemmen. Tijd om te gaan rusten, John.

Net voorbij de brug bij Nieuwe Wetering – het was inmiddels rond half 8 – bestond onze jaagploeg ineens niet uit 3, maar uit 8 personen. Verwarring alom, maar al snel bleek dat van de andere kant de klipperaak Vooruitgang kwam aangevaren. Snel de jaaglijn losgegooid en stuurboord uitgegaan, anders hadden we een kop op kop-aanvaring. Bij Oude Wetering namen we een aantal potten Veense augurken aan boord als retourvracht. Deze zouden geveild gaan worden op de Visafslag in Workum op zaterdagochtend.

Jagen met het grootzeil erbij werkte erg goed en niet veel later zouden we bij de Westeinderplassen kunnen gaan zeilen. Dat bleek makkelijker gezegd dan gedaan, aangezien de noordoostenwind net niet gunstig genoeg bleek om direct onder zeil te kunnen komen. We zaten even in de lagerwal, maar gelukkig lukte het door gezamenlijke inspanning om zonder de mast te strijken, zeilend weg te varen. Wat een feest is dat: tijd om droge kleren aan te trekken, te ontbijten en het schip even schoon te spoelen.

Bij de Blauwe Beugel bij Rijsenhout gingen we weer terug naar de Ringvaart. Met het grootzeil omhoog en de jaagploeg op de kant konden we een behoorlijke snelheid ontwikkelen. De uiterst vriendelijke brugwachter bij Aalsmeer draaide iets te vroeg, zodat we hem via de marifoon kenbaar maakten dat hij de brug kon laten zakken en dat wij met gestreken mast de brug onderdoor zouden gaan.

Op het laatste stuk naar Amsterdam legden we het schip nog een aantal keren tegen de wal, omdat er grote containerschepen op de Ringvaart voeren. Richting Bosrandbrug draaide de Ringvaart zo gunstig dat de jaagploeg achter de Nooit Volmaakt moest aan rennen. Uiteindelijk verliep alles voorspoedig en konden we laverend op de Nieuwe Meer aanleggen bij de sluis.

In de sluis stopte de motor ineens abrupt. Het bleek dat het remanker in de schroef zat. Het lukte vrij snel om die er grotendeels weer uit te krijgen. Schipper Rob trok verderop in de Kostverlorenvaart zijn wetsuit aan en ging te water. Vrij snel lukte het om alles uit de schroef te krijgen. Tegelijkertijd werden er wat boodschappen gedaan bij de Digros. Een soort van de nood een deugd maken, heet dat.

Er was veel vrachtvaart richting het IJ en mede daardoor waren we aan de late kant met het wegzeilen vanaf het buiten IJ. Toen ook nog bleek dat het heel hard was gaan waaien en we op het laatste moment een rif in het grootzeil en in de fok moesten zetten, hadden we eigenlijk niet zo’n beste start. De keuze voor de zeilvoering pakte echter heel goed uit: de Nooit Volmaakt zeilde fantastisch. Omdat niet duidelijk was of de wind nog verder zou toenemen, besloten we om wat dichter bij de dijk van Flevoland te blijven. Hierdoor zaten we enigszins in de luwte en bleef de keuze om niet over Enkhuizen, maar over Lelystad te gaan, open.

Net voorbij de brug bij Nieuwe Wetering bestond onze jaagploeg ineens niet uit 3, maar uit 8 personen. Verwarring alom, maar al snel bleek dat van de andere kant de klipperaak Vooruitgang kwam aangevaren. Snel de jaaglijn losgegooid en stuurboord uitgegaan, anders hadden we een kop op kop-aanvaring.

Donderdag 20 oktober

Besloten werd om over Enkhuizen te gaan, maar dat ging niet zonder slag of stoot: de lijn waar het blokje van het anker aan vast zit brak, waardoor het anker tegen de kop aan sloeg. Dat moest echt verholpen worden. Een actie echter, niet zonder gevaar. Gelukkig lukte het Berndt en Edwin om e.e.a. te herstellen en met 7 tot 8 knopen per uur vlogen we naar Enkhuizen. Na de sluis besloten we nog een rif in het grootzeil te trekken. Dat bleek geen overbodige luxe, want het waaide echt heel stevig. De Willem Jacob haalde ons in en ook de Spes, beide schepen uit de zware klasse, gingen ons voorbij. Het was inmiddels duidelijk dat het binnenvaren van de ingang bij Workum een echte uitdaging zou gaan worden. De wind waaide namelijk uit het oosten, wat betekende dat er niet gezeild kon worden. We wisten ook dat er meerdere schepen tegelijkertijd die haveningang zouden kunnen blokkeren. En ja, het was pikdonker dus op zijn zachtst gezegd: het zou wel spannend worden.

De ontknoping

Pas zo’n 50 meter voor de strekdam zagen we dat de Willem Jacob aan de lage kant van de vaargeul lag. Er was dus ruimte voor ons om een opschieter te maken. Een hele opluchting voor schipper en bemanning. Totdat Tsjerk, de schipper van de Willem Jacob ons meldde dat er een lijn dwars over de vaargeul stond. Na kort overleg besloten we de mast de laten zakken om onder de lijn door te kunnen varen. Rob en Dominique besloten van boord te gaan om het schip naar binnen te kunnen trekken. Achteraf bleek dat een kansloze actie, want de strekdam was volledig begroeid met bramenstruiken en riet en was zo goed als onbegaanbaar. In deze rimboe van Workum viel Rob hard op zijn knie. Strompelend en worstelend met de bramenstruiken, bereikte de jaagploeg het vuurtorentje van Reid. Nog 2 kilometer en dan zat de Strontrace 2022 erop.

De finish

Helaas, niets ging vanzelf dit keer: de wind kwam bijna recht van voren waardoor er niet gezeild kon worden. Na nog een laatste krachtsinspanning was het eindelijk zover: het landvast werd vastgemaakt aan de steiger in de haven en we waren na 65 uur en 56 minuten gefinisht. De Jonge Durk had er precies 63.00 uur over gedaan. Helaas voor hen hadden ze in Enkhuizen de motor moeten starten om niet op de keien te belanden aan lager wal. Hierdoor waren wij het 3e deelnemende schip dat de Strontrace 2022 had volbracht zonder gebruik te maken van de motor.

Strontrace 2022 zat erop. Het was weer een bijzondere editie geweest. Een editie waar Reid’s oefening onder zeil volledig tot zijn recht is gekomen. Wat hebben we weer veel geleerd en wat is het toch een bijzonder fenomeen, zo’n strontrace. We kijken nu al weer vooruit naar 2023, waarin de 50e editie zal plaatsvinden.

Delen:

Op de hoogte blijven?

Ontvang het laatste nieuws van de Varen met de Nooit Volmaakt in jouw inbox!

Volg ons!

Misschien vind je dit ook leuk

(B)logs

De strontrace 2021 deel 2

De wind die op dinsdagmiddag was gaan waaien, zorgde er voor dat veel schippers en hun bemanningen het zwaar hadden. Er bleek bovendien dat de nummers 3 t/m 6 bij de Kaag elk een eigen route hadden gekozen. Maar welk schip heeft de juiste keuze gemaakt?

Lees verder >

Laat een reactie achter

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Scroll naar boven